| Frietbarak |
| De frietbarak heeft volgende kenmerken: zelf in elkaar geknutseld door de eigenaar, bij voorkeur met bouwafval. Verdwijnt de laatste tijd, om esthetische en hygienische redenen, meer en meer uit het straatbeeld.
|  |
| Frietkot |
| Een modernere versie van de frietbarak: meestal aangekocht maar nu verouderd.
|  |
| Busfrituur |
| De busfrituur is eerder zeldzaam in onze streken. Tijdens de zomermaanden nog wel te zien op de wegen naar het zuiden.
|  |
| Caravanfrituur |
| Verplaatsbaar, sterk verwant met de caravanfrituur. Is echter vaak uitgebouwd tot een volwaardig frietkot.
|  |
| Chaletfrituur |
| Steekt meer en meer de kop op, het fermette-equivalent onder de frituren.
|  |
| Wagenfrituur |
| Van oorsprong verplaatsbaar en nu nog vaak te zien op kermissen, voetbalwedstrijden en op crossparcours.
|  |
| Aanbouwfrituur |
| Het woord spreekt voor zich: annex aan een bestaand gebouw waarin zich een friturist genesteld heeft.
|  |
| Huisfrituur |
| Na het frietkot de meest populaire vorm. Is in verschillende steden ook meer en meer verplicht om stedebouwkundige redenen.
|  |
| Salonfrituur |
| Onderscheidt zich van de huisfrituur door de luxueuzere inrichting en de zitplaatsen.
|  |